De doelen van het spel:


  • Het bewegen en samenspel bevorderen.
  • Een impuls geven door nieuwe spelen en materialen aan te bieden.
  • Kinderen veelzijdig laten bewegen en meer bewegingsmogelijkheden te leren ontdekken.
  • Motorisch minder vaardige kinderen weer en meer laten bewegen.
  • Motorisch vaardige kinderen meer uitdaging bieden.
  • Sociaal minder vaardige kinderen uitdagen tot samenspel.
 

De slang, ook te spelen op de kist.

Beknopte spelregels


Het spel is onderverdeeld in zes categorieën, elk met een eigen kleur. Iedere kleur komt overeen met een motorische vaardigheid.
Het spel wordt gespeeld met een hele groep in tweetallen.

  • Via de dobbelsteen wordt bepaald hoeveel hokjes er vooruit mag worden gegaan.
  • De kleur waarop je komt geeft aan welke kleur opdrachtkaart je moet nemen.
  • Van elke kleur zijn er zes verschillende opdrachtkaarten.
  • De opdracht die daarop staat voer je uit, samen of om de beurt.
  • Is het een aantal keren gelukt, dan leg je de kaart terug en gooi je weer met een dobbelsteen.
  • De leerkracht vertelt op welke plek je mag beginnen.
  • Als je hier weer op komt, ben je klaar met het spel.